Het Jezusgebed
Het Jezusgebed is een krachtig en oud christelijk gebed dat al eeuwenlang wordt gebruikt om vrede en spirituele groei te brengen. Het is een eenvoudig, maar diepzinnig gebed dat gebruikt kan worden om iemands relatie met God te verdiepen.
Het Jezusgebed bestaat uit vier korte zinnen: 'Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met mij, zondaar.' Het wordt vaak keer op keer herhaald, als een manier om op de woorden te mediteren en ze in het hart te laten zinken.De Jezus gebed is een krachtig hulpmiddel voor spirituele groei en transformatie. Het kan helpen om vrede en helderheid in de geest te brengen en kan worden gebruikt om op een diepere manier contact te maken met God. Het kan ook worden gebruikt om genezing van de ziel te brengen en om je open te stellen voor de aanwezigheid van de Heilige Geest.
Het Jezusgebed is een krachtig en oud gebed dat gebruikt kan worden om iemands relatie met God te verdiepen. Het is een eenvoudig, maar diepzinnig gebed dat vrede en spirituele groei kan brengen. Het is een krachtig hulpmiddel voor spirituele transformatie en kan helpen om de ziel te helen.
Het 'Jezusgebed' is een mantra-achtig gebed, een hoeksteen van de orthodoxe kerken, dat de naam van Jezus Christus aanroept om barmhartigheid en vergeving. Het is misschien wel het meest populaire gebed onder oosterse christenen, zowel orthodox als katholiek.
Dit gebed wordt ook gereciteerd in het rooms-katholicisme en het anglicanisme. In plaats van katholiek rozenkrans Orthodoxe christenen gebruiken een gebedstouw om een reeks gebeden achter elkaar op te zeggen. Dit gebed wordt gewoonlijk gereciteerd met behulp van een Anglicaanse rozenkrans.
Het 'Jezusgebed'
O Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar.
Oorsprong van het 'Jezusgebed'
Er wordt aangenomen dat dit gebed voor het eerst werd gebruikt door de ascetische of kluizenaarsmonniken van de Egyptische woestijn, bekend als de woestijnmoeders en woestijnvaders in de vijfde eeuw na Christus.
De afleiding van de kracht achter de aanroeping van Jezus' naam komt van Saint Paul zoals hij schrijft Filippenzen 2 , 'In de naam van Jezus zou elke knie moeten buigen, van dingen in de hemel, en dingen op aarde, en dingen onder de aarde; en elke tong zou moeten belijden dat Jezus Christus Heer is.'
Al heel vroeg kwamen christenen tot het inzicht dat de naam van Jezus zelf grote kracht had, en dat het reciteren van zijn naam zelf een vorm van gebed was.
Sint-Paulus spoort je aan om 'zonder ophouden te bidden' en dit gebed is een van de beste manieren om daarmee te beginnen. Het duurt slechts een paar minuten om te onthouden, waarna je het kunt reciteren wanneer je eraan denkt. Volgens het christelijk geloof, als je de lege momenten van je dag vult met de heilige naam van Jezus, je zult je gedachten op God gericht houden en groeien in Zijn genade.
Bijbelse referentie
Het 'Jezusgebed' wordt weerspiegeld in een gebed van een tollenaar in een gelijkenis die Jezus vertelt over de tollenaar (tollenaar) en de farizeeër (religieuze geleerde) in Lukas 18:9-14 :
Hij (Jezus) sprak deze gelijkenis ook tot bepaalde mensen die overtuigd waren van hun eigen gerechtigheid en die alle anderen verachtten. 'Twee mannen gingen de tempel in om te bidden; de een was een farizeeër en de ander was een tollenaar. De farizeeër stond en bad zo bij zichzelf: 'God, ik dank u dat ik niet ben zoals de rest van de mensen, afpersers, onrechtvaardigen, overspelers, of zelfs zoals deze tollenaar. Ik vast twee keer per week. Ik geef tienden van alles wat ik krijg.' Maar de tollenaar, die ver weg stond, wilde niet eens zijn ogen naar de hemel opheffen, maar sloeg zich op de borst en zei: 'God, wees mij zondaar genadig!' Ik zeg u, deze man ging gerechtvaardigd naar zijn huis, meer dan de ander; want een ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.' — Lukas 18:9-14, World English Bible
De tollenaar zei: 'God, wees mij zondaar genadig!' Dit klinkt klinkend dicht bij het 'Jezusgebed'.
In dit verhaal wordt de geleerde Farizeeër, die vaak blijk geeft van een strikte naleving van de joodse wet, afgebeeld als iemand die verder gaat dan zijn medemensen, vaker vast dan nodig is en een tiende geeft van alles wat hij ontvangt, zelfs in gevallen waarin de religieuze regels dat niet deden. het nodig hebben. Vertrouwend in zijn religiositeit, vraagt de Farizeeër God om niets en krijgt dus niets.
De tollenaar, aan de andere kant, was een verachte man en werd beschouwd als een medewerker van het Romeinse rijk omdat hij de mensen streng belastte. Maar omdat de tollenaar zijn onwaardigheid tegenover God erkende en nederig tot God kwam, ontvangt hij Gods genade.
